Kenmerken van de installatie
Hoofd- of dienstlift
Energie
Aantal stopplaatsen
Nominale last (kg)
Aantal personen
Snelheid (m/s)
Type schacht
Schachtwanden
Portes palières
élément(s) récent(s) [nl]
Geleiders
Plaats van het tegengewicht
Oproeknoppen
Identificatieplaatjes
Oude fabrieksmerken
De kooi
Vorm van de kooi
Kooimaterialen
Kooideur
Bedieningsknoppenkast
Identificatieplaatjes
Verlichting
Kooiaccessoires
Machinerie
Plaats van de machinerie
Lier
Schakelbord
Verdiepingskiezer
Snelheidsbegrenzer
Metadata
Datum redactie fiche
Auteur van de fiche
id
Beschrijving
De woning Solvay, gebouwd door Victor Horta
tussen 1895 en 1903, is uitgerust met een Otis-lift, die oorspronkelijk
voorzien was van een laadcompartiment onder de cabine. Het toestel bevindt zich
tegen de diensttrap, aan de achtergevel. De lift bedient vijf verdiepingen: de
kelder, de begane grond, de eerste verdieping, de tweede verdieping en de
tussenverdieping tussen de tweede en derde verdieping. Het laadcompartiment
maakte het onder meer mogelijk om maaltijden vanuit de keuken op de begane
grond naar de overloop van de eerste verdieping te brengen, die zich bevindt op
het verbindingspunt tussen de office en de eetkamer.[1]
In haar eerste referentiewerk over de woning Solvay vermeldt Yolande Wittamer
dat “de lift tijdens de bouw geplaatst kan zijn, maar misschien ook later, naar
aanleiding van de ernstige ingreep die Armand Solvay onderging (interview met
E.J. Solvay)”.[2] Noch de ter plaatse uitgevoerde observaties, noch het
archiefonderzoek laten in dit stadium toe om een van beide hypothesen te
bevestigen. De plaatsing van de lift, die gedeeltelijk vóór de ramen van de
diensttrap staat, pleit voor een installatie die dateert van na de oorspronkelijke
bouw. Andere vaststellingen zijn evenwel verenigbaar met een oorspronkelijke
installatie: de aanwezigheid van openingen die overeenkomen met de afmetingen
van de liftschacht op de plannen van de metalen draagstructuren van de
verdiepingen; het feit dat de ramen van de achtergevel die zich achter de
liftschacht bevinden niet voorzien zijn van espagnoletten, maar van eenvoudige
grendels die ondanks de moeilijke toegankelijkheid bediend kunnen worden. Vast
staat echter dat de lift reeds in de jaren 1920 bestond, aangezien hij vermeld
wordt in een Otis-catalogus met referenties, uitgegeven omstreeks 1926.
De installatie onderging een belangrijke verbouwing in 1958, uitgevoerd door
architect Jean Delhaye naar aanleiding van de herinrichting van het gebouw voor
het haute-couturehuis Wittamer.[3]
De liftschacht is vandaag volledig gesloten. De volle verdiepingsdeuren, die
door OtisAls pionier in de liftindustrie bracht Otis in 1857 zijn eerste liften met veiligheidssysteem op de markt in de Verenigde Staten. Vanaf 1891 is het merk Otis via een agentschap van zijn Parijse kantoor aanwezig in Brussel. Vanaf 1895 wordt het vertegenwoordigd door een Brusselse dealer (Albert Mignot), tot de oprichting van de Compagnie belge des ascenseurs Otis in 1911 (Antwerpsesteenweg 102).... [4] werden geplaatst ter vervanging van de oorspronkelijke
uitschuifbare traliedeuren, zijn bekleed met een fineer van licht, gevernist
eikenhout. Om ter hoogte van deze nieuwe deuren een vlak oppervlak te
verkrijgen, werd de liftschacht licht verbreed ten koste van de overlopen.[5]
De linkerwand van de schachtDe ruimte waarin de liftkooi en/of het tegengewicht bewegen, begrensd door de wanden, het plafond en de bodem van de put. De schacht kan gesloten of gedeeltelijk open zijn. , die uitgeeft op de diensttrap, bestaat uit
metalen profielen, plaatstaal en veiligheidsglas (of draadglas), overeenkomstig
de aanbevelingen die OtisAls pionier in de liftindustrie bracht Otis in 1857 zijn eerste liften met veiligheidssysteem op de markt in de Verenigde Staten. Vanaf 1891 is het merk Otis via een agentschap van zijn Parijse kantoor aanwezig in Brussel. Vanaf 1895 wordt het vertegenwoordigd door een Brusselse dealer (Albert Mignot), tot de oprichting van de Compagnie belge des ascenseurs Otis in 1911 (Antwerpsesteenweg 102).... aan Jean Delhaye formuleerde in antwoord op het
toesturen van plannen met het oog op een offerteaanvraag.[6] De rechterwand van
de schachtDe ruimte waarin de liftkooi en/of het tegengewicht bewegen, begrensd door de wanden, het plafond en de bodem van de put. De schacht kan gesloten of gedeeltelijk open zijn. , die overeenkomt met de achtergevel, is voorzien van vaste houten
ramen van naaldhout, die de ramen aan de tuinzijde verdubbelen. Deze ramen,
voorzien van structuurglas dat typisch is voor de overgang van de 19e naar de
20e eeuw, werden bij de verbouwingen van 1958 behouden, in tegenstelling tot de
voorschriften van OtisAls pionier in de liftindustrie bracht Otis in 1857 zijn eerste liften met veiligheidssysteem op de markt in de Verenigde Staten. Vanaf 1891 is het merk Otis via een agentschap van zijn Parijse kantoor aanwezig in Brussel. Vanaf 1895 wordt het vertegenwoordigd door een Brusselse dealer (Albert Mignot), tot de oprichting van de Compagnie belge des ascenseurs Otis in 1911 (Antwerpsesteenweg 102).....
Net als de lift lijkt ook de diensttrap gewijzigd te zijn tijdens de
verbouwingswerken voor Wittamer. Er werd een verhoogde metalen vloer, vier
treden hoger, aangebracht om het niveauverschil tussen een bordes1. Verhoogd platform vóór de ingang van een gebouw, bereikbaar via een aantal treden; - 2. Vloertje, boven aan of midden in een trap. van de
diensttrap en de vloer van de tweede verdieping op te vangen. Dankzij deze
voorziening, die uitgeeft op een nieuwe deur die tegenover de lift werd
aangebracht, kon het personeel van het bedrijf Wittamer vanuit de diensttrap
rechtstreeks toegang krijgen tot de werkruimten achteraan het gebouw. Deze
metalen vloer is met scharnieren bevestigd en kan worden opgeklapt om het
reinigen van de ramen van de achtergevel te vergemakkelijken.
De rechthoekige liftcabine, uitgevoerd in mahoniehout, getuigt van verfijnd
schrijnwerk in de oorspronkelijke stijl van het gebouw. De cabine heeft twee
tegenover elkaar geplaatste afgeschuinde zijden, diagonaal tegenover elkaar, om
de nodige ruimte vrij te houden voor de geleidersVerticale rails van metaal en soms hout, bevestigd over de gehele hoogte van de schacht, waarlangs de liftkooi of het tegengewicht loopt. Kabels kunnen worden gebruikt als geleiders voor het tegengewicht. die in de hoeken van de
schacht zijn aangebracht. De paneelverdeling van de wanden is, zowel wat het
ontwerp als de detaillering van de profileringen betreft, vergelijkbaar met die
van de binnendeuren van de woning Solvay. De linkerwand onderscheidt zich
evenwel door een minder verzorgde uitvoering dan de achter- en rechterwand.
Deze wand is recenter en is het resultaat van het dichtmaken – vóór 1958 [7] –
van een tweede toegangsopening die oorspronkelijk voorzien was van een
uitschuifbaar traliewerk, waarvan de bovenste horizontale regel nog zichtbaar
is. Diezelfde wand lijkt eind 1958 te zijn gerestaureerd naar aanleiding van
een technisch incident dat zich aan het einde van de werken voordeed.[8]
Het oorspronkelijk beglaasde dak van de cabine [9] werd tijdens de werken van
1958 aan het zicht onttrokken door houten panelen.
De bedieningsknoppenEen reeks knoppen in de liftkooi waarmee automatisch de gewenste verdieping wordt gekozen. Een stopknop, een alarmknop en een lichtschakelaar maken dit systeem vaak compleet. in de cabine, evenals de oproep- en zendknoppen, werden
tijdens dezelfde bouwfase vervangen. De lift kan zowel vanuit de cabine als
vanaf een van de verdiepingen worden bediend. Hij werd door het couturehuis als
goederenlift gebruikt, zoals blijkt uit de aanwezigheid van twee kleerhangers
en een aan het plafond bevestigde kledingroede.[10] Waarschijnlijk werd in die
periode ook het laadcompartiment onder de cabine, dat overbodig was geworden,
verwijderd.[11]
De draagstoel is diagonaal geplaatst om ruimte te winnen en de dubbele toegang
tot de cabine mogelijk te maken via de twee oorspronkelijk aanwezige, naast
elkaar gelegen deuropeningen. De valbeveiliging, van een zeer oud type, bevindt
zich onder de onderste dwarsbalk van de draagstoel, die oorspronkelijk het
laadcompartiment droeg. Ze is verbonden met de ophangkabels van de cabine.
De cabine beweegt langs houten geleidersVerticale rails van metaal en soms hout, bevestigd over de gehele hoogte van de schacht, waarlangs de liftkooi of het tegengewicht loopt. Kabels kunnen worden gebruikt als geleiders voor het tegengewicht. , terwijl het lange en smalle
contragewicht aan de achterzijde van de cabine langs metalen T-profielgeleiders
schuift, in een uitsparing in de muur.
De machinekamer bevindt zich in een zeer kleine ruimte onder de kleine
draaiende trap die van de derde verdieping naar de zolderRuimte onder het dak. leidt. De motor en de
snelheidsbegrenzer werden in 1958 vervangen, evenals in 2026 de
besturingskast, maar de lierGekoppeld aan de motor, een mechanisch apparaat dat de kabels van de cabine en het tegengewicht aandrijft op een trommel of tractieschijf. , die waarschijnlijk origineel is, werd behouden.[12]
Hoewel de lift van de woning Solvay in 1958 ingrijpend werd verbouwd, zijn
verschillende oorspronkelijke elementen bewaard gebleven, met name de cabine
die ontworpen werd in de stijl van het gebouw. Bepaalde technische kenmerken –
houten geleidersVerticale rails van metaal en soms hout, bevestigd over de gehele hoogte van de schacht, waarlangs de liftkooi of het tegengewicht loopt. Kabels kunnen worden gebruikt als geleiders voor het tegengewicht. , het type draagstoel en valbeveiliging – vertonen
overeenkomsten met de oudste bewaarde Otis-liften in Brussel, zoals die aan de
Lepoutrelaan 104 (ca. 1912) of de Regentschapsstraat 23 (ca. 1913). Dit
bevestigt dat de installatie ten laatste in de jaren 1920 aanwezig was.
Noten
[1] Yolande Wittamer, Horta – L’hôtel Solvay, Diane de Selliers éditeur,
Parijs, 1996, p. 54.
[2] Yolande Wittamer, Victor Horta – L’hôtel Solvay, Louvain-la-Neuve,
1980, p. 315. Volgens mondelinge overleveringen vanuit de familie zou Armand Solvay in 1906 ernstig ziek zijn geweest.
[3] Archieven van Jean Delhaye met betrekking tot het
Hôtel Solvay, bewaard in het Hortamuseum, documenteren de ingrepen aan de lift.
[4] Gewijzigde Otis-offerte van 09.06.1958, brief van OtisAls pionier in de liftindustrie bracht Otis in 1857 zijn eerste liften met veiligheidssysteem op de markt in de Verenigde Staten. Vanaf 1891 is het merk Otis via een agentschap van zijn Parijse kantoor aanwezig in Brussel. Vanaf 1895 wordt het vertegenwoordigd door een Brusselse dealer (Albert Mignot), tot de oprichting van de Compagnie belge des ascenseurs Otis in 1911 (Antwerpsesteenweg 102).... van 13.06.1958,
brief van J. Delhaye aan OtisAls pionier in de liftindustrie bracht Otis in 1857 zijn eerste liften met veiligheidssysteem op de markt in de Verenigde Staten. Vanaf 1891 is het merk Otis via een agentschap van zijn Parijse kantoor aanwezig in Brussel. Vanaf 1895 wordt het vertegenwoordigd door een Brusselse dealer (Albert Mignot), tot de oprichting van de Compagnie belge des ascenseurs Otis in 1911 (Antwerpsesteenweg 102).... van 18.06.1958, brief van OtisAls pionier in de liftindustrie bracht Otis in 1857 zijn eerste liften met veiligheidssysteem op de markt in de Verenigde Staten. Vanaf 1891 is het merk Otis via een agentschap van zijn Parijse kantoor aanwezig in Brussel. Vanaf 1895 wordt het vertegenwoordigd door een Brusselse dealer (Albert Mignot), tot de oprichting van de Compagnie belge des ascenseurs Otis in 1911 (Antwerpsesteenweg 102).... van 20.06.1958.
[5] Idem.
[6] In deze brief van de firma OtisAls pionier in de liftindustrie bracht Otis in 1857 zijn eerste liften met veiligheidssysteem op de markt in de Verenigde Staten. Vanaf 1891 is het merk Otis via een agentschap van zijn Parijse kantoor aanwezig in Brussel. Vanaf 1895 wordt het vertegenwoordigd door een Brusselse dealer (Albert Mignot), tot de oprichting van de Compagnie belge des ascenseurs Otis in 1911 (Antwerpsesteenweg 102).... van 30 juli 1958 wijst de firma de
architect erop dat, volgens de bepalingen van het Koninklijk Besluit van
26.02.1957, de wanden van de liftschacht “uitgevoerd moeten zijn in metselwerk
of een ander brandwerend materiaal”. De brief besluit: “Hieruit volgt dat u
perfect draadglas kunt gebruiken om de schachtDe ruimte waarin de liftkooi en/of het tegengewicht bewegen, begrensd door de wanden, het plafond en de bodem van de put. De schacht kan gesloten of gedeeltelijk open zijn. af te sluiten, maar dit moet
worden ondersteund door metalen kaders en niet door hout.”
[7] De gewijzigde Otis-offerte van 09.06.1958 vermeldt dat de prijs “het
verwijderen van het traliewerk van de cabine en de inrichting van het
toegangsportaal” omvat. Hieruit kan worden afgeleid dat de tweede
toegangsopening toen reeds niet meer aanwezig was.
[8] Klachtbrief van M. Wittamer aan OtisAls pionier in de liftindustrie bracht Otis in 1857 zijn eerste liften met veiligheidssysteem op de markt in de Verenigde Staten. Vanaf 1891 is het merk Otis via een agentschap van zijn Parijse kantoor aanwezig in Brussel. Vanaf 1895 wordt het vertegenwoordigd door een Brusselse dealer (Albert Mignot), tot de oprichting van de Compagnie belge des ascenseurs Otis in 1911 (Antwerpsesteenweg 102).... van 17 december 1958, antwoordbrief
van OtisAls pionier in de liftindustrie bracht Otis in 1857 zijn eerste liften met veiligheidssysteem op de markt in de Verenigde Staten. Vanaf 1891 is het merk Otis via een agentschap van zijn Parijse kantoor aanwezig in Brussel. Vanaf 1895 wordt het vertegenwoordigd door een Brusselse dealer (Albert Mignot), tot de oprichting van de Compagnie belge des ascenseurs Otis in 1911 (Antwerpsesteenweg 102).... van 22.12.1958, factuur van schrijnwerker Marcel Lebrun voor
herstellingen aan het schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... van de cabine, door J. Delhaye aan Otis
bezorgd in een brief van 13.01.1959, brief van OtisAls pionier in de liftindustrie bracht Otis in 1857 zijn eerste liften met veiligheidssysteem op de markt in de Verenigde Staten. Vanaf 1891 is het merk Otis via een agentschap van zijn Parijse kantoor aanwezig in Brussel. Vanaf 1895 wordt het vertegenwoordigd door een Brusselse dealer (Albert Mignot), tot de oprichting van de Compagnie belge des ascenseurs Otis in 1911 (Antwerpsesteenweg 102).... van 15 januari 1959 waarin
de betaling van de factuur van Lebrun wordt geweigerd, brief van J. Delhaye aan
Otis van 24 februari 1959, brief van OtisAls pionier in de liftindustrie bracht Otis in 1857 zijn eerste liften met veiligheidssysteem op de markt in de Verenigde Staten. Vanaf 1891 is het merk Otis via een agentschap van zijn Parijse kantoor aanwezig in Brussel. Vanaf 1895 wordt het vertegenwoordigd door een Brusselse dealer (Albert Mignot), tot de oprichting van de Compagnie belge des ascenseurs Otis in 1911 (Antwerpsesteenweg 102).... aan Delhaye van 4 maart 1959.
[9] Verslag van het bezoek van de keuringsdienst AIB van 30.09.1958 naar aanleiding van de werken
aan de lift (brief van 11.10.1958).
[10] Een brief van M. Wittamer aan J. Delhaye van 30.06.1958 herinnert eraan
dat “de lift als goederenliftEen lift die voornamelijk bestemd is voor het vervoer van goederen/voorwerpen. bediend moet kunnen worden van de begane grond
tot de tweede verdieping en omgekeerd (…)”.
[11] Yolande Wittamer, Horta –
L’hôtel Solvay, Diane de Selliers éditeur, Parijs, 1996, p. 54.
[12] Gewijzigde Otis-offerte van 09.06.1958, brief van
Otis van 13.06.1958, brief van J. Delhaye aan OtisAls pionier in de liftindustrie bracht Otis in 1857 zijn eerste liften met veiligheidssysteem op de markt in de Verenigde Staten. Vanaf 1891 is het merk Otis via een agentschap van zijn Parijse kantoor aanwezig in Brussel. Vanaf 1895 wordt het vertegenwoordigd door een Brusselse dealer (Albert Mignot), tot de oprichting van de Compagnie belge des ascenseurs Otis in 1911 (Antwerpsesteenweg 102).... van 18.06.1958, brief van
Otis van 20.06.1958.
































